Mogelijkheden om hoop te bieden
Moslimjongeren betekenen overlast. Dat negatieve gevoel krijgen veel mensen als ze denken aan Marokkaanse en Turkse jongeren. Misschien vanwege allerlei slecht nieuws in de media. Misschien ook wel omdat ze zelf minder leuke ervaringen hebben. De meesten van ons zullen toegeven dat dat negatieve gevoel ook wel eens overtrokken is: "Je mag ze niet allemaal over één kam scheren". Maar
toch branden de meeste kerkmensen hun vingers maar liever niet aan moslimjongeren.
Ze zijn er wél: kerken en christenen die de brug proberen te slaan naar deze jongeren. Zij zien hierin een groeiende uitdaging voor de kerk van vandaag. Omdat de aantallen allochtone jongeren zo groot zijn dat we er niet omheen kunnen: in de grote steden is meer dan de helft van de jongeren allochtoon. En ook omdat de uitzichtloosheid in het leven van veel migrantenjongeren ons niet onverschillig kan laten. De tweede en derde generatie moslims in Nederland wordt wel aangeduid als een ‘verloren generatie'. Ze maken niet alleen problemen, maar ze hebben vooral ook problemen. Velen van hen worden zowel door hun ouders als door hun omgeving niet begrepen en hebben een laag zelfbeeld. Veel jongens reageren dat af door probleemgedrag, veel meisjes keren naar binnen met hun problemen en raken emotioneel in de knel. Heeft de kerk daar boodschap aan? Zouden we vanuit het evangelie hoop kunnen bieden in het leven van deze jongeren?
Het gebeurt! Niet alleen in de grote steden, maar ook in kleinere plaatsen zijn christenen actief met kinderclubs, maar ook met tiener- en jongerenwerk waar (ook) islamitische jeugd komt. Een aantal korte indrukken van zulke initiatieven:
• Op een aantal plaatsen bestaan meidengroepen, waarbij meiden de zeldzame mogelijkheid wordt geboden om buitenshuis veilig samen te komen en met van alles bezig te zijn: kletsen, bijbel lezen, creativiteit, seksuele voorlichting.
• In een paar steden hebben de jongerencentra van Youth for Christ te maken met o.a. Marokkaanse en Turkse jongeren. Doordat de centra bijna dagelijks open zijn worden er hier intensieve contacten gemaakt.
• In verschillende plaatsen zijn sport-clinics gehouden. Dat zijn sportieve evenementen in een bepaalde wijk, bijvoorbeeld in een week in de zomervakantie. In een bepaalde plaats is daar door een kerk een structureel vervolg aan gegeven door met hangjongeren wekelijks te sporten en ‘sportbijbelstudies' te houden. Ergens anders heeft Youth for Christ een voetbalteam van allochtone jongens. Elders gaan jongerenwerkers gewoon een balletje meetrappen op een speelveldje om contact te maken.
• Weer ergens anders is een kerk begonnen met een sportcafé, een jongerencafé waarin sport de grote trekpleister is. Een trekpleister voor o.a. Marokkaanse jongens. In andere plaatsen bestaan missionaire/diaconale jongerencafé's waar ook islamitische jongeren over de drempel komen.
• In diverse grotere en minder grote steden worden tienerclubs gehouden met een multicultureel publiek. De werkvormen worden soms aangepast aan de sociale, culturele en godsdienstige achtergrond van de pubers: méér sportieve activiteiten, en méér beelden en verhalen, en minder ingewikkelde ‘preken'.
• Bij sommige activiteiten worden bewust kerkelijke jongeren betrokken, bijvoorbeeld bij multiculturele avonden en kampen met jonge asielzoekers. Voor de christelijke jongeren kan dit heel leerzaam zijn, ook al om hun geloof te leren verwoorden. Wel moeten de christenjongeren sterk in hun schoenen staan om te kunnen omgaan met jonge moslims die hun geloof aantrekkelijk kunnen uitdragen.
• Buiten het bereik misschien van kerkelijke initiatieven, maar wellicht even waardevol zijn de kansen die het christelijk onderwijs biedt. Soms via de structuur van godsdienstlessen en bezinning, maar vaak ook door de gedrevenheid van individuele docenten die persoonlijke aandacht geven aan hun leerlingen.
De problemen van moslimjongeren in deze maatschappij zijn te ingewikkeld voor eenvoudige oplossingen. Toch kan ons persoonlijke contact met Mehmet of Fatima wel degelijk verschil maken voor hen. In het evangelie zien we dat hoop steeds het gevolg was van de ontmoetingen die de Here Jezus had met mensen. Of mensen nu klem zaten als gevolg van hun zonde, of van sociale uitsluiting, van geestelijke blindheid, van duivelse machten, of van lichamelijk gebrek, telkens bracht een ontmoeting met de Hem weer perspectief in hun leven. Hoop moet daarom het kenmerk zijn van wie Hem navolgt.
Hoop is geen artikel wat je iemand kunt aanbieden in de vorm van een traktaatje, vooral niet in een relatie-cultuur. Hoop vraagt om ontmoeting. Een journaliste beschreef dat ze thuis op bezoek ging bij de leerlingen van een zwarte VMBO-school in Amsterdam. "Ik vind het zo apart dat u hier bent", zei het zusje van één van de leerlingen. "Er komt nooit een Nederlander bij ons thuis." Het is nodig om de ander te leren kennen, bijvoorbeeld als docent, clubleider, buurtgenoot, werkgever, welzijnswerker, klasgenoot, of sporttrainer. Ontmoetingen laten indruk achter. Daar gaat het om. Zoals in het jeugdwerk wordt gezegd: Ons doel is niet activiteiten te organiseren, maar levens te veranderen.
Willem van der Deijl, jongerenwerker Evangelie & Moslims





