Handvatten voor het omgaan met moslims

1. Moslims zijn mensen.
Misschien heeft u al een beeld wat moslims geloven vanuit wat u gelezen heeft in de Koran of in boeken over de islam. Werkelijke ontmoetingen met moslims beginnen met oprechte interesse voor wie die ander is. Dat is nooit precies volgens het boekje. Moslims zijn geen wandelende Korans. Zoals een Arabisch spreekwoord zegt ‘mensen zijn verschillend als de vingers van een hand.'

2. Inspannen om elkaar te begrijpen.
Wie moslims slechts ziet als gasten die zich maar aan ons moeten aanpassen, belemmert wederzijds begrip. Ga er niet te snel vanuit dat u de ander begrijpt of dat de ander u begrijpt. Laat de ander eens in eigen woorden vertellen hoe hij of zij interpreteert wat u gezegd of gedaan heeft, evenals het omgekeerde.

3. Ontzag voor God.
Moslims zijn zondaren net als u en ik. Juist het evangelie is er glashelder over dat christenen zich niet kunnen verheffen boven anderen (lees bijvoorbeeld eens Efeze 2:1-10). Bedenk dat veel oordelen over anderen wel terecht kunnen zijn, maar tegelijk op een of andere manier ook op uzelf van toepassing zijn. Leef uit ontzag voor God die ons beiden oordelen zal.

4. De Derde in het gesprek.
De cultuur om ons heen ziet de ontmoeting tussen moslims en christenen slechts als een uitwisseling van meningen en tradities. Evenals moslims geloven we dat er een levende God is, die als Derde aanwezig is bij iedere ontmoeting. Het gaat dus niet om ons gelijk, onze eer, of wat wij redelijk of humaan vinden. Het gaat erom dat we recht doen aan wie God is en wat Hij gedaan heeft. Én dat we minstens zoveel met God praten over moslims, als met moslims over God.

5. Van hart tot hart spreken.
God heeft zondaren lief. Dat heeft Jezus duidelijk gemaakt (Johannes 3:16 / Romeinen 5:8). Het is dus mogelijk om mensen lief te hebben en te dienen, terwijl je niet instemt met alles wat ze denken of doen. Kritiekloze liefde is even waardeloos als liefdeloze kritiek.  Je kunt beter van hart tot hart met elkaar spreken, dat houd je langer vol en geeft de ander niet het gevoel dat je ‘twee gezichten hebt'. Meestal ontstaat er een waardevoller gesprek wanneer je niet begint bij wat je denkt dat overeenkomsten zijn, maar wanneer ieder spreekt vanuit het hart van zijn eigen geloof.

6. Laat je agenda je dienaar zijn i.p.v. je afgod.
Jezus heeft zijn volgelingen duidelijk opgedragen om mensen op te zoeken en te bemoedigen Hem te aanvaarden als Redder en Heer. Christenen moeten elkaar bemoedigen om daar trouw in te zijn en tijd voor vrij te maken. Daarnaast brengt God ook mensen op onze weg op momenten die niet in onze agenda gepland stonden.

7. Mensen van het Boek
Moslims noemen christenen mensen van het boek. Met dat boek is het Evangelie bedoeld. Dat neemt als het goed is een centrale plaats in ons leven in. Ga er met respect mee om en laat zien dat het gezag heeft boven je eigen denken. Zorg dat je zó vertrouwd bent met de Bijbel, dat je in het dagelijkse leven op een spontane manier een woord van God kunt doorgeven.

8. Grenzen in acht nemen
Houd rekening met wat uw gedrag betekent in de cultuur van de ander. Respecteer de grotere afstand die er is tussen mannen en vrouwen in de wereld van de islam. Kennisnemen van het geloof van de ander is belangrijk om de ander te begrijpen, maar meedoen met islamitische rituelen kan niet samengaan met trouw blijven aan Jezus. Wie een verbond heeft met Jezus, kan volgens het Nieuwe Testament geen huwelijk aangaan met iemand die Hem niet erkent als Redder en Heer.