Volgens het onderzoek zou 87% van de Turkse jongeren het goed vinden dat er steun is van Nederlandse moslims voor groepen zoals IS. Er zijn goede gronden dat Turkse medelanders tegen deze analyse protesteren. Meer dan 30% van hen heeft een Koerdische of Alevietische achtergrond en is fel gekant tegen IS. Koerden hebben bijvoorbeeld de afgelopen maanden herhaaldelijk gedemonstreerd tegen IS, ook in Nederland. Dat maakt een percentage van 87% al bij voorbaat uiterst onwaarschijnlijk. Maar ook los van de Alevieten en Koerden is er onder Nederlanders met Turkse achtergrond geen massale steun voor het optreden van de strijders van IS .

Wel bevestigt dit onderzoek dat veel Nederlanders met een Turkse achtergrond het conflict in Syrië vanuit de politiek van hun moederland bezien. Dat is niet vreemd en heeft te maken met de manier waarop wij hen enkele decennia geleden in grote groepen naar Nederland hebben gehaald. De regering van president Erdogan heeft de afgelopen drie jaar de verschillende opstandelingen in Syrië gesteund, omdat dat paste in hun conflict met het sjiitische bewind van president Assad. Dat IS de Koerdische autonomie in Noord-Syrië ondermijnt is Ankara ook welgevallig. De droom van IS om het kalifaat te herstellen, raakt ook een gevoelige snaar bij Turkse mensen om dat Turkije eeuwenlang de zetel was van het Osmaanse rijk . Logisch dat Nederlanders met een Turkse achtergrond anders naar conflicten in die regio kijken dan mensen die historisch en cultureel daar geen wortels hebben.

Dat alles betekent nog niet dat er een breed draagvlak is onder Turken voor de ideologie van IS. Van oudsher is de Turkse islam sterk beïnvloed geweest door het soefisme en is vergeleken met de islam van de Arabische wereld meer mystiek en intellectueel van inslag. De Hanafitische rechtsschool van Turkije is radicaal verschillend van de Wahabitische ideologie van IS. Een aanzienlijk deel van de bevolking herkent zich nog steeds in de lijn van Atatürk: Religie is niet iets voor de staat en de straat, maar hoort binnen de muren van huis en moskee te blijven.


Als ik het onderzoek goed lees, wijzen de meeste vragen van het onderzoek in de richting dat veel Turkse jongeren de strijd tegen Assad wel steunen, maar tegen een kalifaat zijn. Een voorspelbare positie die minder van de opvatting van de gemiddelde Nederlander verschilt dan de media ons willen doen geloven. Het is zeker geen reden om hen massaal te wantrouwen als potentiële terroristen die onze samenleving willen ondermijnen. Als er al sprake is van een verschuiving onder moslims, dan merken wij dat moslims in Nederland kritischer en meer verdeeld zijn dan enkele decennia geleden. Juist christenen moeten zich ervoor inspannen dat we aan die diversiteit recht blijven doen.


We moeten moslims niet over één kam scheren en in een hoek zetten, maar juist opzoeken en met hen in gesprek gaan. Gelukkig doen velen dat ook. Juist de kerk behoort de plaats te zijn waar de tegenstellingen tussen groepen wegvallen. Enkele maanden geleden was ik bij een doopdienst waar zes volwassenen gedoopt werden. Twee van hen hadden een Turkse moslimachtergrond. Dat werd echter op geen enkele manier belicht. Waar het om ging was dat alle zes Jezus hadden gevonden als hun Redder en Heer. Daarvan getuigden ze en dát maakte hen één.


Cees W. Rentier,

directeur