Een roeping voor jongeren

Hans vertelt over hoe het allemaal is begonnen: ‘Toen ik 11 was heb ik op een christelijke camping in mijn tentje een keer gebeden: ‘Heer, ik wil U in alle dingen volgen, ik wil uw weg blijven gaan’. En het was toen net alsof God tegen me zei dat Hij wilde dat ik later zou gaan evangeliseren onder kinderen en jongeren. Dat is toen sterk bij me binnengekomen. Veel later ben ik bijbelschool en theologie gaan studeren, en elke keer kwam die boodschap weer terug: ‘Ik wil dat je evangelisatiewerk gaat doen met jongeren en kinderen’. Maar toen ik daarna werk ging zoeken vond ik helemaal geen vacatures waar ik aan de slag kon. Op een gegeven moment zagen we dat er hier in Zutphen, waar we woonden, veel nood was, maar dat er niks werd gedaan. Toen is de kerkenraad van onze Christelijke Gereformeerde kerk met ons gaan meedenken, en binnen een paar maanden werd er een stichting opgezet, Stichting Cornerstone. We zijn direct begonnen met kinder- en tieneractiviteiten. In de voorjaarsvakantie begonnen we met een kinderclub, en we hoopten tien of vijftien kinderen te trekken. De eerste dag hadden we 60 kinderen, en de laatste dag 90! Zo groeide in de loop van de jaren van het één het ander: verschillende kinderclubs, tiener- en jongerenactiviteiten, contacten met ouders, vragen om praktische hulp – zo ontstond een kinderkledingbank, en een creatief café voor vrouwen. Een Somalische man kwam vertellen dat hij zo graag wilde werken, en toen zei een collega van me dat hij altijd visboer was geweest: ‘Als ik nou een viskraam koop, is dat wat voor je?’ Zo is het gegaan: zo hebben een aantal mensen jarenlang als re-integratieproject in de viskraam gewerkt.’ 

Top tien arme wijk

‘Zutphen is één van de armste steden van Nederland en zeker de wijk waarin we werken, het Waterkwartier, staat in de top tien van armste wijken van Nederland. Toen we hier achttien jaar geleden begonnen hadden we op onze jongerenactiviteiten óf Turken óf kampers (woonwagenbewoners). Zeker de laatste jaren is het hier veel multicultureler geworden: mensen uit Kosovo, Somalië, Eritrea, Syrië en Irak, en een grotere groep Marokkanen. Bij de kinderen en jongeren in het Lighthouse zie je diezelfde afspiegeling. Autochtone jongeren zijn de kleinste groep.

Zutphen is niet een erg christelijke stad. Op zo’n vijftigduizend inwoners zitten er op zondag hooguit tweeduizend in de kerk. Die kerken zijn wel redelijk actief, maar dat betekent dat je overal te weinig vrijwilligers hebt. Zeker met onze plannen om de activiteiten voor kinderen en jongeren uit te breiden is het wel lastig om genoeg vrijwilligers te vinden. Toch hebben we vorig jaar zo’n 50 vrijwilligers gehad in ons werk, en daarnaast maken we gebruik van zeker tien stagiaires per seizoen.’ 

Jullie scheppen hier een christelijke plek waar ook moslims zich thuis voelen – hoe overbruggen jullie die kloof, zoals sommige mensen die ervaren?

‘Die onoverbrugbare kloof – die snap ik niet zo goed. Ik geloof dat je moet léven met elkaar. We werken sterk vanuit ‘presentie’, samen-zijn, zijn waar de ander is. Het maakt niet uit of die ander autochtoon is of Turks of Somalisch of wat dan ook. Dat betekent bijvoorbeeld dat ik hier in dit gebouw mijn verjaardag heb gevierd met 80 mensen, met Togolees eten. Ik vind het mooi dat je met elkaar kan leven. Waar jij tegenaan loopt in het leven daar loop ik ook tegenaan, misschien op een andere manier. Ik leef niet tussen een Nederlandse en een Turkse wereld in. Maar tegelijk leef ik ook in twee werelden: Ik leef als christen in een niet-christelijke wereld. Ik heb ook te maken met afwijzing in mijn leven, met gebrokenheid, met gezien-willen-worden; hoe ga ik ermee om, en hoe ga jij ermee om? Dat kunnen we met elkaar delen, en van daaruit ook als christen de ander jaloers proberen te maken: we hebben een God die ons ziet en die ons ook weer thuis wil brengen. Ook al voel je je als migrant misschien in een soort ballingschap. Het gevoel van thuis-zijn is toch een verlangen van iedereen. Ik krijg regelmatig van mensen te horen: ik voel me hier in Lighthouse echt thuis. Dit voelt voor sommige mensen echt als een soort huiskamer. Een groep vrouwen heeft zelf besloten om hier op woensdagochtend samen een kopje koffie te komen drinken.’ 

‘Een voorbeeld van samenleven: Bij de jongerenactiviteit mogen ze zelf de muziek kiezen. De ene keer zetten de Somalische jongeren hun muziek op, en dan willen de Turkse jongeren weer even hun muziek om op te dansen. Maar ze houden rekening met elkaar. Laatst hoorde ik een Somalische jongen zeggen: ‘Nu zijn de anderen weer even aan de beurt om Turkse muziek te draaien’. Daar geniet ik erg van. Vervolgens gaan er weer een paar anderen karaoke doen met Jan Smit. Als je zo kan leren om met elkaar om te gaan dan is er hoop voor de toekomst.‘

Dit is het eerste gedeelte van het langere artikel in ons kwartaalblad Orientatie nr 131. Meer lezen? Vraag het blad aan.