Het ministerie van de Hadj in Mekka stelt tussen de 4 en 5 duizend visa beschikbaar voor Nederlandse moslims om mee te doen. Dat gaat via reisbureaus die daarvoor een licentie hebben. Voor moslims die de Hadj zelf volbrengen is het vaak een indrukwekkende gebeurtenis.

Kort geleden mailde een vrouw ons met de vraag of we speciale folders hadden voor de Ramadan en voor het offerfeest om aan moslims te geven. We hebben die folders niet meer. Met het antwoord dat ik haar gaf, besefte ik hoe de tijden veranderd zijn. Vijfentwintig jaar geleden was het nog heel gebruikelijk om bij het evangelisatiewerk sterk aan te sluiten bij de islamitische tradities. In folders voor de Ramadan werd dan de vraag gesteld of Gods genade afhankelijk is van onze goede daden en wat voor manier van vasten God van ons verlangt. Bij het offerfeest werd in folders een verbinding gelegd tussen het offer dat God aan Abraham vroeg en het offer dat Christus bracht.

Ik denk dat er meerdere redenen zijn dat dat soort folders niet vaak meer gebruikt worden. In de eerste plaats heeft een flink deel van de migranten met moslimachtergrond zelf al afstand genomen van de islamitische traditie. Het zou hen verwarren of tegenstaan als christenen zelf beginnen over islamitische thema’s. In de tweede plaats hebben ontmoeting en gesprek de plaats ingenomen van lectuur. Er is veel contact via social media en moslims voelen zich vrijer om naar samenkomsten te komen. Christenen van moslimachtergrond zijn zelf betrokken bij het missionaire werk en zij zijn minder geneigd om met folders te werken. Veel migranten komen niet uit een leescultuur. Belangrijke keuzes in je leven maak je in gesprek met mensen en we moeten dus meer investeren in mensen dan in middelen en methoden. 95% van alle lectuur die we verspreiden zijn Bijbels of Bijbelgedeelten en dat lijkt me een goede zaak. De overige lectuur wordt vooral gebruikt voor verdieping als mensen al op weg zijn.

Lectuur en methoden kunnen wel een rol spelen. Als achtergrond bijvoorbeeld voor hen die als christen het gesprek aangaan met moslims. Ook als bijbelstudiemateriaal om te gebruiken met hen die zich voorbereiden op de doop en in de periode van geloofsopbouw daarna. De ervaring leert dat een vaste structuur helpt om iets langer vol te houden en leidt tot meer verdieping. Bij die lectuur en methoden is het belangrijk om ook op thema’s in te gaan die voor moslims belangrijk zijn. Maar de sleutel blijft persoonlijke aandacht en daarbij verwachten moslims die op zoek zijn dat we hen op Jezus wijzen. Laten we daarin (blijven) investeren.

Cees Rentier, 

directeur Evangelie & Moslims

> dit artikel verscheen ook in ons kwartaalblad Oriëntatie nr 132 (september 2018)