Hoofddoekjes verboden
Ruim tachtig jaar vormde Turkije een uitzondering in de wereld van de islam. Een land waar 90-97% van de bevolking moslim is, maar waar hoofddoekjes verboden waren op universiteiten en bij overheidsinstellingen. Volgens Atatürk, de grondlegger van de Turkse staat, hadden de traditionele islamitische opvattingen het land op achterstand hadden gezet en moest Turkije het westerse seculiere staatbestel overnemen. De sjarie`a rechtbanken werden vervangen door een Westers rechtsstelsel. Graftombes van islamitische heiligen werden gesloten en de Soefi-ordes verboden. In 1932 werd bevolen dat de adhaan, de oproep tot het rituele gebed, voortaan in het Turks moest gebeuren. Dat laatste werd later weer teruggedraaid, maar het is voor Turkse begrippen ongehoord dat vandaag op pleinen in Istanbul de Turkse president wordt toegejuicht met de Arabische islamitische uitroep ‘Allahoe akbar’.

Erdoğan heeft nog steeds veel steun onder de bevolking. Toch betekent dat nog niet dat een meerderheid zijn streng islamitische opvattingen deelt. In een land met grote etnische en religieuze tegenstellingen weet hij steeds weer mensen achter zich te krijgen. Onder zijn leiding is het land er in economisch opzicht sterk op vooruit gegaan. Als hij in zijn retoriek verwijst naar het roemruchte verleden van het Osmaanse rijk, appelleert hij aan de Turkse nationale trots, dat verbindt bijna iedereen.

Het meest op vernieuwing gericht
Een streng islamitische samenleving was niet wat je in Turkije zou verwachten. Juist ook de mystieke islam en het soefisme hebben wortels in Turkije. Denk aan Jalal ad-Din Roemi (beter bekend als de Mevlana), wiens mausoleum in Konya staat. De heersende rechtsschool, de interpretatie van de islamitische wet in Turkije, is die van Hanafi. Die is vergeleken met de andere rechtsscholen het meest op vernieuwing is gericht en geeft meer vrijheid. Nog steeds is er een breed gevoel dat het godsdienstige fanatisme van de Arabische landen en het vasthouden aan gewoonten uit de tijd van Mohammed, zoals een lange baard en een djellaba, niet passen bij Turkije. Ook het feit dat 25% van de bevolking tot de vrij humanistische alevitische stroming behoort heeft hier invloed op gehad.

Fetullah Gühlen
Said Nursi, een moslimintellectueel die in de eerste helft van de vorige eeuw in Turkije leefde, heeft veel aan de vernieuwing van de islam bijgedragen. Zijn ideeën hebben Fethullah Gülen geïnspireerd. Deze invloedrijke Turkse geestelijke die in Amerika woont, had via de Hizmet-beweging in Turkije invloed op honderden scholen en tal van media-instellingen en bedrijven. Critici stellen dat Gülen zijn nadruk op vrede en dialoog alleen maar gebruikt om in Turkije en het westen een intellectuele elite aan de islam te binden.

Aanvankelijk steunde de Gülen beweging Erdoğan. Maar nadat Erdoğan steeds meer terugviel op zijn conservatieve wortels in de Milli-Görüş beweging en met gewelddadige islamitische groeperingen samenwerkte, kwam het tot een breuk. Vandaag zijn het verklaarde tegenstanders. Beide staan een grotere invloed van de islam voor en streven naar een leidende rol voor de hele moslimwereld. Erdoğan op meer conservatieve manier en met gebruik van geweld en Gülen op een meer intellectuele en vreedzame manier.

Een scheiding dwars door families heen
In Nederland was de eerste generatie Turkse migranten afkomstig uit de dorpen en traditioneel moslim. Een groot verschil met de seculiere elite in de grote steden van Turkije. Het verbaast dan ook niet dat er in Nederland veel steun is voor Erdoğan. Meer dan de helft van de Turkse moskeeën in ons land is verbonden met de Turkse overheid. Daar klinkt vandaag een conservatiever geluid dan 25 jaar geleden. Tegelijkertijd is ook de invloed van het denken van Said Nursi en Fethullah Gülen in Nederland doorgedrongen, vooral bij hoger opgeleiden en meer in het Westen van ons land. De medestanders en tegenstanders van Erdoğan staan nu fel tegenover elkaar. Een scheiding die soms dwars door families loopt. Dat is extra triest omdat er al een beladen geschiedenis van geweld naar Koerdische, alevietische en christelijke minderheden en tussen allerlei groepen onderling. Begin dit jaar nog heeft het leger in de strijd met de PKK grote verwoestingen in Oost-Turkije aangericht met honderden doden.

Gedwongen om na te denken bij wie ze horen.
De politiek zal kritisch na moeten denken over de samenwerking met Erdoğan. Maar als kerk hoeven we geen partij te kiezen. Als het goed is, proberen we een brug te slaan naar alle migranten in ons land. Op onze Turkse samenkomsten is er gelukkig eenheid ondanks dat ze uit heel verschillende achtergronden komen. Dat is een getuigenis. In persoonlijke ontmoetingen met Turkse medelanders is verstandig om terughoudend te zijn in het geven van onze eigen mening. Laten we eerst vooral vragen stellen en luisteren, want wij zijn er immers zelf persoonlijk niet bij betrokken en kunnen dus makkelijker oordelen.
Hoewel Turken in Nederland vandaag meer op de islam betrokken zijn dan enkele decennia geleden, ervaren veel christenen juist de laatste jaren langzaam meer mogelijkheden voor ontmoeting en openheid voor het evangelie. De grote veranderingen en conflicten maken dat Turkse medelanders gedwongen worden om na te denken waar ze staan en bij wie ze horen. Als er in de moslimgemeenschap zoveel verschillende meningen zijn over wat God van hen vraagt, mogen wij hen in woorden en daden de weg van het Evangelie wijzen en van harte welkom heten in de christelijke gemeenschap.

Cees Rentier

*Bid dat er geen burgeroorlog komt in Turkije, maar dat er vrede komt tussen de verschillende groepen in Nederland en dat God in Turkije een leider schenkt die verzoening brengt en minderheden beschermd.
*Bid voor de circa 25.000 christenen in Turkije, dat ze geen partij worden in de politieke conflicten, maar dat hun boodschap van verzoening gehoord wordt.
*Bid voor onze Turkse samenkomsten (bijvoorbeeld eind oktober, zie hiervoor onze agenda) en neem zelf een Turkse buurvrouw of collega er mee naar toe.