Een van die nieuwe accenten is de aandacht voor de verbinding met moslims via de Abrahamitische oecumenevoor Abraham. Zowel in hoofdstuk 4 als 6 komt dit ter sprake. Er wordt respect uitgesproken “voor het geloof van de moslim voor diens geloof in de God van Abraham” en gesteld: “Er is volgens de christelijke en de islamitische traditie één God, de God die Abraham heeft geroepen om Hem alleen te dienen en alle afgoden achter zich te laten.” Welke rol speelt de verbinding met Abraham in de dialoog met moslims? Moslims roepen in dit verband christenen vaak op om de trinitarische belijdenis los te laten en de islam te erkennen als de herstelling van het zuivere monotheïsme van Abraham. In de Bijbel is Abraham echter niet het ijkpunt van het christelijke geloof. Historisch gezien heeft Abraham ook weinig te maken met het ontstaan van de islam en de reactie van de islam op het christendom. De Koran en de islamitische theologie zijn een radicale herinterpretatie van de heilsgeschiedenis die niet is ontsproten aan Abraham, maar vooral een onverholen kritiek is op de christelijke theologie. Het gaat om een politieke, intellectuele en theologische claim over de geschiedenis van God met mensen, die om een serieus antwoord vraagt.

 

Een ander nieuw accent is dat men nu met zoveel woorden ruimte bepleit voor gezamenlijk biddend teksten lezen. Na enkele kritische kanttekeningen die aansluiten bij het oorspronkelijke memorandum, komen er vrij onverwacht twee slotzinnen over gezamenlijke vieringen en gebed, die wij liever uit de vervolgnota zouden weglaten: “Met dat al kan het zinvol zijn in gezamenlijke bijeenkomsten van christenen en moslims (biddend) teksten te lezen die uit een van beide tradities afkomstig zijn maar ook binnen de andere traditie kunnen worden herkend. De brochure Bidden tot dezelfde God biedt verdere verheldering en een handreiking ten aanzien van de concrete praktijk van bidden met moslims en van interrelieuze vieringen.” Bidden begint immers niet bij ons, maar is antwoord op Gods openbaring en daarover verschillen christenen en moslims diepgaand en fundamenteel. De vele christenen van moslimachtergrond die wij begeleiden, ervaren het als onmogelijk om nog langer deel te nemen aan de islamitische gebeden en omgekeerd worden zij door de moslimgemeenschap daarvan buitengesloten als zij Jezus Christus aanbidden als Redder en Heer.

 

Een derde accent is de suggestie dat christenen met moslims gezamenlijk zouden kunnen optrekken als het gaat om de reactie op de secularisatie van de samenleving. Wij vragen ons af of dit een begaanbare weg is. De kerk heeft zowel met moslimmedelanders als met seculiere medelanders een eigen gesprek, waarbij een structurele strategische coalitie ongepast is. De kerk komt niet per definitie op voor de waarde van religies tegenover seculier humanisme. Menselijke religiositeit staat in de praktijk immers vaak net zo haaks op het evangelie als het secularisme en vormt soms zelfs een meer uitgesproken tegenstem. De kerk heeft vanuit het evangelie haar eigen visie op de rol van de overheid, de ruimte voor het belijden en het bekritiseren van geloof en het bewaren van het christelijke tradities in de publieke ruimte. Daarmee hebben we zowel naar moslims of humanisten soms overeenkomsten, maar evengoed soms duidelijke tegenstellingen.

 

De stichting Evangelie & Moslims wordt éénmaal genoemd en wel onder het kopje Godsdienstvrijheid (4.5). Dat is echter niet de focus van ons werk en evenmin de focus van onze pastorale zorg voor christenen van moslimachtergrond. Waar het ons omgaat, is dat zij die zich vanuit moslimachtergrond tot geloof in Jezus Christus komen, met vreugde in het midden van de christelijke gemeente worden ontvangen. Daarvoor zetten vele gemeenteleden zich in en dat blijft ook in deze vervolgnota sterk onderbelicht, evenals de vraag hoe we met deze nieuwe gelovigen de eenheid in Christus vinden. Punt 11 van de aanbevelingen spreekt uit dat de kerk “dankbaar is voor de wijze waarop christenen zich op lokaal vlak en in bredere verbanden inzetten voor het gesprek met vertegenwoordigers van andere religies”. Wie zijn hiermee bedoeld? Officiële vertegenwoordigers van islamitische instituties? Dat is maar een heel kleine cirkel. In de vrijheid van ons land kunnen we niet langer ervan uit gaan dat zij allen vertegenwoordigen die uit landen komen waar de overheid ongevraagd een M in hun identiteitskaart zet. De vele missionair actieve gemeenteleden ontmoeten medelanders met een moslimachtergrond met wie ze geen formele interreligieuze dialoog voeren, maar met passie de hoop van het evangelie delen. Zij zouden op meer steun vanuit de kerk mogen rekenen.

 

Ds. Cees W. Rentier

Evangelie & Moslims