Naar mijn stellige overtuiging moest de scherpe afwijzing van IS deze zomer, maskeren dat we tot begin dit jaar als westerse mogendheden allerlei opstandelingen politiek, militair en economisch steunden, terwijl migranten ons al waarschuwden dat dit verkeerd kon uitpakken. In een steeds kleiner wordende wereld heeft het verdeel en heers spel van Westerse mogendheden in het Midden-Oosten een steeds sneller en sterker effect op de verhoudingen in West-Europa. Niet alleen door grote aantallen asielzoekers die komen, maar ook doordat groepen migranten in onze eigen samenleving zich identificeren met hen die ginds als ‘onze vijand’ gelden. Strijders van IS en hun sympathisanten worden naast religieuze motieven gedreven door verontwaardiging over de Westerse rol in het Midden Oosten sinds de val van het Osmaanse rijk. Wanneer de islam zich opwerpt als godsdienst van de onderdrukten, spreekt dat steeds weer bekeerlingen aan. Het feit dat IS oorlogsmisdaden pleegt, geeft nog geen reden om voorbij te gaan aan hun kritiek op het Westen. Als christenen moeten we het gesprek aan durven gaan met jongeren die zich aangetrokken weten tot IS en hen niet bij voorbaat als beesten neerzetten.

De opkomst van internationale islamitische terroristische groeperingen die zich geïnspireerd weten door de islamitische traditie van de djihaad en het daarmee gepaard gaande verlangen naar een islamitisch kalifaat kan niet genegeerd worden. Het heeft te maken met het machtsvacuüm nu de Westerse invloed in de wereld tanende is. Tegelijkertijd is daar nog niet mee gezegd dat de meerderheid van de moslimgemeenschappen zich in die richting beweegt. Voor een groot deel is het omgekeerde het geval. We moeten migrantengroepen niet te snel labelen, zoals gebeurde met een slordige analyse van het onderzoek van Forum over sympathie voor IS onder Turkse en Marokkaanse jongeren. Met name Nederlanders van Turkse achtergrond zijn politiek, etnisch en religieus zeer divers. Veel mensen zeiden de afgelopen maanden tegen mij dat moslims in ons land zich te weinig of te onduidelijk uitspraken tegen IS. Als ik doorvroeg hoe vaak ze in de moskee waren geweest, of hoe vaak ze de media van migrantengroepen volgden om die bewering te kunnen onderbouwen, werd het meestal stil. Mijn ervaring is, dat migranten zich juist eerder kritisch uitspraken dan anderen, maar inderdaad niet altijd precies zo als wij zouden willen. De houding van autochtone Nederlanders tegenover de islam is de afgelopen twintig jaar sterker in negatieve zin veranderend, dan de houding van moslimmedelanders tegenover onze samenleving. Toen ik afgelopen zomer door de Schilderswijk liep en met mensen sprak, viel me op hoe loyaal velen zijn naar onze samenleving en hoe kritisch naar hun eigen tradities.

Tolerantie vraagt geduld, bereidheid om met elkaar in gesprek te blijven, ook al ben je het in politiek of religieus opzicht volstrekt oneens met elkaar. Daarom ben ik ook erg ongelukkig met het EO-onderzoek dat suggereert dat christenen vanwege het tweede grote gebod van naastenliefde, niet negatief tegenover de islam zouden mogen staan. In de praktijk kan zo’n geforceerd positieve houding er op neer komen, dat mensen hun eigen islam verzinnen die ze knuffelen, maar ondertussen moslims die daar niet aan voldoen als beesten neerzetten. De naastenliefde waar Jezus het over heeft, is radicaler. Zelfs mensen die als vijanden tegenover je staan, behoor je nog lief te hebben.

Islam is wat moslims er van maken en dat varieert van mystieke intellectuelen tot salafistische terroristen en alles wat daar tussen in zit. Al die moslims vragen om een eerlijke en menswaardige behandeling door mij, zoals ik wil dat ik zelf word behandeld, eenvoudigweg omdat God hen geschapen heeft en op mijn weg plaatst. Ik hoef de religieuze claims en de politiek aspiraties van de islam niet te erkennen of te waarderen, om toch hechte vriendschappen met moslims te kunnen hebben, is mijn ervaring. Sterker nog, de islamitische traditie heeft stellig de Bijbel en de christelijke belijdenissen afgewezen. Dat moet ik serieus nemen. In waarschijnlijk iedere moskee in ons land wordt geleerd dat de Bijbel is vervalst en dat Jezus niet is gekruisigd en evenmin aanbeden mag worden als Redder en Heer. Je kunt niet van christenen verwachten dat ze dat positief vinden. Je mag verwachten dat ze daar tenminste verdrietig over zijn, omdat daarmee naar hun overtuiging het meest kostbare van Gods heilige liefde wordt afgewezen. Veel moslims respecteren wanneer christenen hen met passie vertellen over hun Heer en zien dat niet als belemmering voor respectvol samenleven of vriendschap.

We moeten dus voorzichtig zijn om mensen die negatief over de islam denken neer te zetten als mensen die per definitie ongehoorzaam zijn aan Jezus’ gebod om je naaste lief te hebben. Net zo als we vinden dat mensen de ruimte moeten krijgen om zich negatief uit te spreken over het christelijk geloof en de kerk, ook al vinden we dat als christenen niet leuk. Er is een internationale oorlog gaande tussen islamitische terreurgroeperingen en het Westen. Het is legitiem dat mensen dat beangstigend vinden. Ik merk dat wanneer ik die angst serieus neem, ik mensen sneller mee kan nemen om ondanks hun zorgen, hun moslimbuurman met respect en vertrouwen tegemoet te treden. Veel protestantse christenen die moslims ontmoeten geven daar heel concreet inhoud aan, maar niet iedereen heeft moslim collega’s of buren. Gelukkig is de segregatie in ons land vele malen minder dan in de ons omringende landen, maar christenen en moslims wonen en werken soms meer bij elkaar. Dat vraagt om mensen die bruggen slaan en dat gebeurt ook.

Politiek moeten we waakzaam zijn en ons inzetten voor gerechtigheid. Als burgers moeten we loyaal zijn naar elkaar en het goede voor elkaar zoeken, ook al zijn we het hartgrondig met elkaar oneens. Maar christenen moeten ook die andere opdracht van Jezus serieus nemen, namelijk om anderen op te roepen Hem te volgen als Redder en Heer. Evangelisatie is een vies woord geworden, maar ik verwijs toch maar liever naar Jezus dan naar mezelf. De adventstijd is weer aangebroken. We zien uit naar de komst van Jezus. De Koning die als een dienstknecht ons wil winnen voor zijn rijk. Als we vandaag samen met moslims naar deze wereld kijken en beseffen hoe onmachtig we zijn om zelf Gods vrederijk te realiseren, hebben zijn woorden en daden ons veel te zeggen. Ik voel me meer dan ooit gemotiveerd daar aandacht voor te vragen.

Cees W. Rentier v.d.m, directeur

Dit artikel werd geschreven voor Christelijk Weekblad en verscheen in het nummer van 12 december 2014 (