‘Dat is Jezus, de profeet uit Nazaret in Galilea.’ (Matteüs 21:11)

Christenen in het Midden Oosten hebben het moeilijk. Bij een aantal is er sprake van regelrechte vervolging. ISIS (de Islamitische Staat in Irak en Syrië; later kortweg IS, de Islamitische Staat) markeerde de huizen van christenen in Mosoel met een N teken (de Arabische letter noen) om aan te geven dat zij ‘Nasaara' zijn, een benaming voor christenen die zo’n 15 maal in de Koran voorkomt. Zij werden voor de keus gesteld: een vernederende belasting betalen, zich bekeren tot de islam, of de dood. Het N-teken werd onder christenen een geuzenteken met de gedachte: ‘Wij zijn inderdaad Nasaara, volgelingen van Jezus van Nazaret, en wij schamen ons daar niet voor!’ De kosten van deze navolging zijn hoog. Velen vonden de dood. Nog groter is het aantal dat gevlucht is, ontheemd en berooid van wat hen dierbaar is.

Het woord Nasaara was al in gebruik bij het ontstaan van de Koran. Via het Syrisch is het daarin terechtgekomen. In soera 5:82 zeggen christenen van zichzelf: Wij zijn Nasaara. Toch is het opmerkelijk dat de Koran het woord Nasaara (enkelvoud Nasraani) voor christenen gebruikt. Het had, omdat Jezus aangeduid wordt als ‘Isa al-Masieh (de Messias/Christus), het woord masiehieyoen kunnen zijn, het gebruikelijke woord voor christenen. Weinig moslims weten dat Masieh ‘gezalfde’ betekent. De Bijbelse achtergrond ontgaat hen. Al-Masieh is een naamstoevoeging zonder betekenis. Ook de relatie tussen Nasaara en Nazaret is lang niet alle moslims bekend.

De wereld waarin Jezus optrad werd óók gekenmerkt door spanningen, angst, gevaar en geweld. Men vroeg zich af: wie is Jezus toch? Waar komt Hij vandaan? Is Hij de Messias? Natanaël zei: ‘Uit Nazaret? Kan daar iets goeds vandaan komen?’ De discipelen ontdekten gaandeweg dat hun Meester uit dit gebied inderdaad de Messias is (Johannes 2:11). Farizeeën, hogepriesters en wetgeleerden verzetten zich daartegen (Johannes 7:52). Deze religieuze elite uit Jeruzalem in Judea kon zich niet voorstellen dat de Messias uitgerekend uit dat kleine, onbeduidende plaatsje Nazaret in het verachte, heidense Galilea zou komen.

De naam van Jezus wordt in de Bijbel zo’n 29 keer verbonden met Nazaret. Hij, de Koning der koningen en Heiland der wereld, is tegelijk de mens die zich identificeerde met eenvoudige boeren en vissers uit Galilea en met gewone mensen waar ook ter wereld. Laten wij bidden voor de ‘Nasaara’, Arabische broeders en zusters, voor wie de navolging van Jezus van Nazaret ingrijpende gevolgen heeft, meer dan voor ons.

Christenen hebben naar aanleiding van de gebeurtenissen in Irak er een geuzenteken van gemaakt, een ereteken van verbondenheid. We-are-N. Ook wij weten ons met hen verbonden. Niet omdat het een gesloten club is die voor eigen (westerse) belangen opkomt, maar omdat we met hen Jezus van Nazaret eren en aanbidden als Redder en Heer. We hopen en bidden dat ook zij die zich moslim noemen in Nederland en in het Midden Oosten deze profeet gaan volgen.