Sommige lezers van het blad zijn de volle 40 jaar bij ons werk betrokken geweest. Veel groter is de groep die al langer dan 20 jaar bij missionair werk onder moslims berokken is. Jaren van trouwe toewijding.

Toch is het bepaald niet vanzelfsprekend dat je als autochtoon christen gemotiveerd blijft om dienend en getuigend met moslims om te gaan. Tijdens een gemeenteavond onlangs biechtte een vrouw mij op dat ze zich meer dan 20 jaar had ingezet voor moslims. Ze was echter zo vaak teleurgesteld dat ze erg terughoudend was geworden. Eigenlijk was het bijzonder dat ze zich toch nog steeds geroepen voelde om iets voor hen te doen.

Soms wordt er gezegd: ’Onbekend maakt onbemind. Als je moslims persoonlijk leert kennen, word je genuanceerder en positiever in je oordeel over hen.’ Op korte termijn is dat vaak wel het geval. Maar ik ken nogal wat mensen waarbij het op langere termijn omgekeerd werkte. In het begin kan een nieuwe cultuur erg boeiend zijn, maar gaandeweg ontdek je ook schaduwkanten. De vroomheid van moslims met wie je omgaat, kan je aanvankelijk raken, maar op langere termijn kan het je ook als dwang of hypocrisie tegen gaan staan. De oosterse gastvrijheid kan aanvankelijk een warme deken zijn, maar als je de nieuwe gemeenschap beter leert kennen, kun je ook leed en onrecht tegenkomen dat je nooit vermoed had. Of je het dan toch volhoudt, hangt in belangrijke mate af van de verwachtingen en motieven waarmee je begonnen bent.

Overigens is het omgekeerde ook het geval. Moslimmigranten die tot geloof in Jezus komen ervaren in het begin vaak een enorme vreugde. Op langere termijn beseffen ze dat ook deel zijn geworden van een nieuwe gemeenschap, die niet uit engelen bestaat, maar uit mensen met tal van fouten en gebreken. Christenen van moslimachtergrond die na hun bekering ook hun dagelijks werk in de kerk of bijeen christelijke organisatie willen doen, waarschuw ik regelmatig dat het hun geloofsweg in veel opzichten moeilijker zal maken.

Onlangs viel me bij het lezen van 1 Korinthe 9 (vers 16-27) op hoeveel kosten er zijn voor een apostel van Jezus. In een paar verzen komen er heel wat werkwoorden voorbij: verdragen, slaaf worden, zich onderwerpen, zwak worden, zelfbeheersing, harde oefening. Er is sprake van een grote concentratie die Paulus met topsport vergelijkt. Een topsporter heeft één heel duidelijk doel en daarvoor is hij of zij bereid alles op te offeren. Dat is nogal wat. Als ik eerlijk ben, vind ik dat regelmatig teveel gevraagd. Paulus zegt er zelf ook bij dat het geen vrijwillige keuze is. Hij kan niet anders. Over het motief is Paulus wel heel duidelijk. Het kennen van Jezus Christus is hem alles waard. En omdat Christus ook anderen op het oog heeft, kun je niet aan hen voorbij gaan, want anders raak je Hem zelf kwijt. 40 jaar omgaan met moslims…. We kunnen niet anders, omdat God ook hen op het oog heeft.

Cees Rentier

directeur