Moslims in Nederland zijn nog steeds voor 99% mensen die als migrant of asielzoeker hier zijn gekomen. Tweederde van hen heeft een Marokkaanse of Turkse achtergrond. Ze waren in de jaren 60 als gastarbeiders geworven in Anatolië en in de Noordelijke Rif in Marokko. Wie het boek Het land van haat en nijd van Margalith Kleijwegt en Max van Weezel leest, krijgt de indruk dat tot eind jaren 90 Nederland een tevreden multiculturele samenleving was, die pas na 9/11 radicaal veranderde toen islamofobie en vreemdelingenhaat ruim baan kregen. Maar zo groot is de tegenstelling tussen toen en nu niet.

In het jaar van de oprichting van Evangelie & Moslims (1978) wordt er door de oprichters gesproken over de ‘priesterlijke roeping’ van de kerk, naast de profetische roeping. Het had te maken met een vraag om advies van een kerkelijke gemeente die benaderd was met het verzoek om te bemiddelen in het zoeken naar geschikte woonruimte voor de Turkse en Marokkaanse gezinnen. Aanleiding waren de spanningen rondom de integratie van arbeidsmigranten die inmiddels hun vrouwen en kinderen hadden laten overkomen.

Al in 1969 zijn er conflicten in de Schilderswijk in Den Haag tussen wat dan nog heet ‘Nederlanders en buitenlanders’ en in 1972 komt de Afrikaanderwijk in Rotterdam landelijk in het nieuws vanwege woedende buurtbewoners die met grof geweld tot uiting brengen dat ze er schoon genoeg van hebben dat hun wijk steeds meer ‘in handen komt’ van buitenlanders. Landelijk krijgen de boze bewoners steun van de Nederlandse Volksunie en vanaf 1980 bemoeit de Centrumpartij zich ermee.

Het ongenoegen van de buurtbewoners gaat over het ‘inpikken’ van woningen en openbare ruimten, de buitenlandse kinderen die tot laat in de avond voor overlast zorgen, het thuis slachten van schapen, de overlast van moskeeën en het feit dat veel arbeidsmigranten zomaar kunnen blijven als ze niet meer werken. Frans Bovenkerk analyseert met enkele anderen deze ontwikkelingen in het boek Vreemd volk, gemengde gevoelens (1985). De meeste moeiten hebben niet specifiek met de islam als godsdienst te maken, maar vooral met de andere gewoonten van nieuwkomers en hun veronderstelde bevoorrechte positie.

Tien jaar na de komst van de migranten is er dus al sprake van een tegenstelling tussen buurtbewoners die zich onbegrepen voelen en een politieke en culturele elite die een multicultureel ideaal najaagt en hen als racisten neerzet. Hoe bekend klinkt dat vandaag! De Centrumpartij beschuldigt de politieke elite dat zijzelf racistisch denkt door naar analogie van de kerkelijke verzuiling de moslimmigranten als een aparte zuil allerlei voorrechten te geven.

Een omslag bij de politieke en culturele elite komt niet pas als reactie op de aanslagen op 9/11. Het is de VVD-politicus Frits Bolkestein die begin jaren 90 bezorgd constateert dat opleiding en meer welvaart moslims er niet of onvoldoende toe brengen om westerse kernwaarden over te nemen. Westerse liberale waarden dienen daarom volgens hem weer maatstaf te worden in Europa. Het tekent de opkomst van een conservatieve stroming met herwaardering van traditie, autoriteit, rechtsstatelijkheid en eigendom. Een breuk met de jaren 60 en 70 die gekenmerkt werden door studentenrevoluties en verzet tegen westerse instituties en macht. Moslimmigranten waren toen nog welkom om christelijke tradities te helpen afbreken. In de jaren 90 is er sprake van een kentering. De afbraak van tradities is voldoende geslaagd om plaats te maken voor een nieuwe onzekerheid over de vraag of er niet iets kostbaars verloren gaat.

De macht van het Westen taant en dat wordt pijnlijk duidelijk met de aanslag op de Twin Towers in 2001. Vanaf nu wordt de islam steeds meer als serieuze politieke dreiging gezien. Er groeit een besef dat de westerse samenleving fysiek en ideologisch kwetsbaar is en verdedigd moet worden. Dat betekent volgens velen dat we niet iedereen zomaar moeten toelaten. In plaats van islamitische instellingen te steunen, moeten we juist van moslims meer loyaliteit aan westerse waarden vragen. Vrijwel alle landelijke politieke partijen zijn op dit punt de laatste 20 jaar behoorlijk opgeschoven.

De laatste jaren doen moslims ook zelf mee in het politieke debat met partijen die sterk aan migrantengroepen of aan de islam verbonden zijn. Is dat een tijdelijk randverschijnsel als reactie op de politieke verschuiving, of is het zo dat een groeiend aantal moslims meer afstand neemt van de rest van de samenleving? Wereldwijd was er de laatste 20 jaar een ontwikkeling te zien waarin een radicale interpretatie van de islam met legitimatie van gewapend verzet tegen het Westen aan invloed toenam. Misschien is dat nu over zijn hoogtepunt heen, wint een liberalere interpretatie aan invloed en verlaten meer moslims de islam.

Het debat welke richting we samen uit moeten en hoe we moeten omgaan met verschillen is in ieder geval volop aan de gang. Daar mogen christenen aan meedoen en ze worden serieuzer genomen dan 40 jaar geleden.

Cees Rentier